In het stuk over de visie is al wat gezegd over de rol van de ouders. Deze rol is erg voornaam en kan zowel de sportcarrière van de speler ondersteunen als belemmeren.

Ouders merken en moeten zich ook realiseren dat als hun zoon bij een Voetbalacademie terecht komt, er dingen gaan veranderen. Niet alleen praktische zaken als vervoer, de was, etcetera.
De eisen aan hun zoon worden hoger en dat heeft ook consequenties voor de ouders. De jongens hebben minder tijd voor sociale activiteiten en  misschien ook wel voor familie,
er moet strakker gepland worden om school en voetbal goed te kunnen combineren, de voeding wordt nog belangrijker. Spelers zullen ook vaker te maken krijgen met tegenslag,
druk  en moeilijke situaties. Deze moeten vooral gezien worden als onderdeel van de opvoeding en opleiding.
Kern hierbij  is dat we, ouders en trainers, de spelers moeten leren eerst zelf situaties op te lossen.
Daarvoor moeten soms de eigen gevoelens even geparkeerd worden en de vraag gesteld worden, van welke actie van de ouder de speler uiteindelijk een beter en sterker persoon wordt.
Een ondersteunende rol met  vragen als  beste hulpmiddel leidt doorgaans tot meer resultaat, dan een rol op de voorgrond.

Ouders, maar ook trainers, moeten zich eerst de vraag stellen, kan mijn zoon deze situatie ook zonder hulp zelf oplossen, pas als dat niet zo is,
is de volgende vraag kan ik hem helpen met het vinden van een oplossing, waarbij hij zelf de situatie verder gaat proberen op te lossen, als dat ook te moeilijk is,
is de vraag als ik hem de oplossing geef kan hij het dan zelf verder regelen, en pas als de inschatting is dat alle drie deze mogelijkheden te moeilijk zijn zal de ouder of trainer zelf in moeten stappen. Elke keer als je  een kind niet de gelegenheid geeft om zelf situaties op te lossen terwijl hij dat wel kan, maak je hem zwakker in plaats van hem de mogelijkheid te geven sterker te worden.